Home » Historie-H1

Historie van kerk, koor en de parochie

*****

In de jaren veertig van de achttiende eeuw (1739 e.v.) stond er op de markt al een zogenaamde schuurkerk. Dit huis kreeg in 1803 een torentje en heeft tot 1890 als gebedsruimte dienst gedaan.

Ongetwijfeld werd toen de hoogmis met Gregoriaanse gezangen door een herenkoor muzikaal opgeluisterd.

Dit zette zich in het rijke Roomse leven voort, ook toen in 1892 de parochiekerk H. Maria Hemelvaart in gebruik werd genomen.

Tot halverwege de zestiger jaren van de vorige eeuw (20ste eeuw) werd vrijwel alleen Gregoriaans gezongen. Van toen af, na het Tweede Vaticaans Concilie, vonden Eucharistievieringen ook in het Nederlands plaats.

De gezangen in de Hoogmis waren evenwel vooreerst nog altijd Gregoriaans, maar de parochianen en al dan niet gelovigen uit de wijde omgeving liepen steeds meer uit voor de frivolere jongerenmissen met jongerenkoren en ritmes die eigenlijk in de Katholieke kerk vreemd waren. De Rooms Katholieke Kerk in Nederland werd een swingende kerk.

Ook in Sas van Gent zat en stond op zondag de Cuyperskerk stampvol. De midden gang en zijbeuken boden tot en met het portaal nog niet genoeg staplaatsen. Vanuit ver in België kwam men deelnemen aan dit Nederlands aparte fenomeen om mee te zingen met de heupwiegende ritmiek van liederen als: “Wij zijn samen onderweg”; met als animator van deze festiviteiten, de jonge kapelaan: Leo Testers voorop.

De kerk was toen vol vrolijkheid. Men klapte en zong mee met toen Zeeuws Vlaanderens top-rockband “The Blue Devils.”

Blauwe duivels in de kerk …. Hoe verzonnen ze het.

Het herenkoor van de parochie H. Maria Hemelvaart Sas van Gent, toen "Sint Caecilia" geheten, bleef niet achter in het vertolken van Nederlandse kerkliederen. Veel van die liederen waren overgenomen uit de Protestantse liederenbundels. Maar ook Katholieke dichters en componisten lieten zich niet onbetuigd.

De Nederlandse taal werd in de kerkliederen steeds belangrijker en al gauw werd het Gregoriaans naar de achtergrond gedrongen, hoewel het tot nu toe nog incidenteel wordt gezongen. 

Het Herenkoor verliet het oksaal en kwam beneden zitten, in de zijbeuk, dichter bij het altaar maar zongen nog altijd met verve hun begeleidende Gregoriaanse gezangen. Het.....

klonk als bij de paters Trappisten van Clairveaux in Luxemburg

Het koor ging inderdaad  naar het Trappistenklooster in Clairveaux om daar live het Gregoriaans in zich op te nemen.

 

 

De Beeldenstorm van de jaren zestig.

De enorm gezaghebbende en conservatieve pastoor Schmeltzer, die des zondags met luide stem zijn donderpreek over zijn beminde parochianen uitstortte was toen al met emeritaat gegaan.

In zijn plaats was in de tijd van de veranderingen in de kerk, Cees van Aken aangesteld als pastoor van de parochie H. Maria Hemelvaart te Sas van Gent.

Het bleek al gauw dat hij een vrucht was van het Vaticaans Concilie. Hij maakte dan ook dankbaar gebruik van de vernieuwende visie die dit Concilie bood. Hij was revolutionair en haalde de prachtig met beelden en plafondschilderingen versierde Cuyperskerk leeg.

De parochianen van toen, noemen het nog “de Beeldenstorm” van de jaren zestig.

Heiligenbeelden aan pilaren en in de zijbeuken, het prachtige hoofdaltaar met zijpanelen en enorme kandelaars, de zijaltaren (links het Maria-altaar en rechts het altaar van het Heilig Hart), het Mariabeeld met verlicht aureool, de in gipsreliëf gegoten kruisweg en niet te vergeten de enorme maar zeer fraaie Crucifix boven het middenschip, moesten er aan geloven. Het Marialtaar moest wijken voor een deurgat dat toegang moest geven naar een nieuwe zijdeur aan de Zusterstraat. De eikenhouten, doch eenvoudige preekstoel werd afgebroken. De cokes gestookte kachel, die nog wel eens rood aangelopen dreigde te ontploffen onder de Hoogmis, werd vervangen door een “moderne” heteluchtblazer die met donderend lawaai de kerk verwarmde. De blaasbalg van het Pelsorgel, die altijd met een voetpomp werd gevuld was allang geleden van elektrische bediening voorzien. De klokken werden elektrisch geluid. Weg het plezier om al hangende aan de touwen het kerkvolk naar de mis te beieren.

De muren werden opnieuw gestuukt. De kleurrijke, in hemelsblauw met gouden letters versierde gewelven en pilaren, werden overgeschilderd met een grauwe teint muurverf.

 

De Cuyperskerk werd kaal en kil. Het rijke Roomse leven was uitgepoetst.

Wat vroeger niet mocht, moest.

De Hostie in je hand…..!? Tot voor het Concilie mocht je er nog niet eens naar kijken. Ogen dicht en handen onder het tafelkleed! En viel de Hostie op de grond, dan moesten er bijna drie priesters aan te pas komen om hem op te rapen en natuurlijk moest je biechten dat je hem per ongeluk had laten vallen.

Absolutie: 3 Onze Vaders en 2 Weesgegroeten en een oefening van berouw.